De prins wil wandelen op het strand

Langs de kust, hand in hand.

Terwijl de zon mijn huid verbrand

En mijn voeten woelen in het zand


De toverprins heeft een schepje mee

Voor ons zandkasteel aan zee

Zoals een kind kan hij zich laven

En laat mij een slotgracht graven


Gelijk de zon laat ik me zakken

We willen kussen tot de dagenraad

Maar ik voel al snel de ongemakken

Zand in mn ogen, zand in mn naad


Als mijn horloge drie uur snachts aan slaat

Zakt de hoop me in de schoenen

Een nacht van passievol zoenen

Heeft voor misère plaats gemaakt.


Want de prins uit t verre toverland

Heeft me gedrogeerd en aangerand.

Nu zit ook mijn vulva vol met zand

Ik voel me lichtelijk aangebrand.


Het is nacht en nog stil aan de kaap

Ik pak de schep van ons kasteel

Ik swing hem hard tegen zijn slaap

En dan nog even door zijn keel


Als de zon dan 's ochtends de duinen kust

en schijnt over het maagdelijk mooi zand

en als je dan, toevallig bij de pier uit rust,

Geeft de zee je wellicht... een hand