Eigenlijk moet ik nu in een tent liggen.

Ok, dat is niet helemaal waar. Maar voor de sfeer zou ik in een tent moeten liggen.

De regen die op het zeil tikt, het onweer dat losbarst. De angst die ik heb voor het geweld uit de lucht contrasteert zo lekker tegen de knusheid van een tent. De warmte van een slaapzak.

Ik zou nu in een tent moeten liggen met iemand die ik liefheb. Het leven in een kleine bubbel terwijl de tijd en de rest van de wereld aan ons voorbij glijdt. Misschien praten we over niets, misschien verzinnen we gedichten of zingen we tweestemmig — ik vals, dat valt te garanderen.

Alleen al om deze gedachten houd ik van onweer.

Ik zit aan tafel en kijk naar buiten, terwijl de regen tegen de ruiten striemt. De lucht maakt een geweldige achtergrond voor mijn dagdroom, waarin zoveel meer mogelijk is dan de grijsheid doet vermoeden.

Ik denk terug aan de laatste keer dat ik met iemand in een tent lag met onweer.

Toen regende het eigenlijk wel hard. En we hadden ruzie omdat we op elkaars lip zaten. En, nu ik er over nadenk, hadden de naden van mijn tent het na 15 jaar trouwe dienst begeven.

Ik houd van onweer, maar eigenlijk moet ik een nieuwe tent kopen.