Het is herfst en tijdens de herfst ben ik nostalgisch. Alle verhaallijnen, die ik afgelopen jaren eerder heb meegemaakt, vlechten zich als een wollen kleedje door de week.
Het lijkt allemaal op toevalligheden te berusten, maar terwijl ik hard meezingend bij het concert van Acda & de Munnik sta, zie ik ineens de dochter van een de belangrijkste iconen uit mijn hockeyverleden op het podium staan.
Ik zie haar ineens weer hoe ze als tiener was, toen ik tapte tijdens de vele hockeyfeesten, toen ik nog hockeyde bij de club in blauw, oranje. Nu staat ze als prachtige zangeres naast Thomas Acda en bouwt ze er ook hier een feestje van.
Acda en de Munnik staat voor het jeugdsentiment van de Jaren 90, waarop we luidkeels meezongen op weg naar de zomerkampen waar ik eerst als deelnemer, en daarna als leider mee naartoe ging.
De vrienden die ik toen gemaakt heb, hebben zelf nu allemaal kinderen rond de zelfde leeftijd en deze herfstvakantie gaan zes van die kinderen met elkaar op kamp, dat zelfde kamp waar wij elkaar van kenden. We spreken af om vooraf aan het kamp met onze kinderen pannenkoeken eten, zoals wij dat vroeger ook al deden als kinderen met onze vrienden, en later als tieners en jong volwassenen, dikwijls's nachts na het uitgaan waar dan ook nog nachtwandelingen en radslagen werden gedaan, al dan niet gecombineerd met enige antiperistaltiek.
Ik kijk er naar uit om mijn vrienden van vroeger weer te zien. Misschien nog wel meer dan hoeveel hun kinderen naar het komend weekend uitkijken, omdat deze kinderen enkel nog weten van dit aankomende weekendkamp met laat opblijven en snacks eten, terwijl wij terugkijken naar jaren aan jeugdherinneringen. Acda en de Munnik zingen 'Als ik je weer zie', en ik blijf even hangen in de tekst:
"Dan gaan we verder waar we gebleven waren, niets te bewijzen nog."
Mijn hart danst, net als Maans stukje, in de lente, de hele avond door.
Als ik de volgende dag van het concert aan het bijkomen ben, wordt er ander gevoel van nostalgie aangeboord. Mijn lieve zuster ligt in het ziekenhuis, met die zelfde soort klachten die mij rechtstreeks schoppen naar dat stukje geschiedenis dat ik zelf zo zorgvuldig had ingekapseld in harde humor en struisvogelstrategieen. Het is deze maand 12 jaar geleden dat ik ziek was. Ik hoef al twee jaar niet meer terug te komen voor controle. Maar nu, staande aan de machteloos toekijkende zijde terwijl mijn zuster dit alles ondergaat, spoelt zorg, verdriet en angst als het snel opkomend tij mijn hart binnen.
Ik wil haar berichten, maar vind even de woorden niet meer.
Ik zing zacht.
"Wat zal ik zeggen,
En wat zeg jij
Bewijzen wij niet elke keer
Een vriend zegt zwijgend vaak veel meer"
En dan stuur ik de woorden die ik mezelf ook altijd voorhield.
Moedig voorwaarts.
Over 12 jaar is ook dit weer nostalgie.

Laat een reactie achter