Ik kan best stilzitten.

Als ik een boek lees, vergeet ik de wereld om me heen. Dan word ik waarschijnlijk na een paar uur afgeleid door een prikkeling van een slapend lichaamsdeel, wat ik dan even wakker schud, en als de ergste pijn geweken is, exact in dezelfde houding word teruggeschoven.

Als ik een film of een spannende serie kijk, ga ik op stand-by. "TV aan, Marie uit" grap ik wel eens, maar dat kan je vrij letterlijk nemen. Zo had mijn broer zich onlangs uitgesloofd om een heerlijke maaltijd te maken en stelde hij voor, tegen beter weten in, om voor de pit te eten. Toen hij na een kwartier doorhad dat ik al die tijd alleen maar naar een bankrovende Jason Statham zat te staren, besloot hij de film op pauze te zetten zodat ik in ieder geval mijn vlees kon snijden.

Gênant wordt het als er sport op tv is.

Dan kan ik namelijk juist helemaal niet stilzitten. Ik beweeg van links naar rechts als de schaatsploeg weer een medaille pakt, maar beweeg ook als een kunstschaatser afzet om een drievoudige axel uit te voeren, of als een basketballer een mooie actie maakt.

Waar andere mensen vriendelijk op hun stoeltje blijven zitten tijdens een wedstrijd, kan ik met geen mogelijkheid stilzitten.

Maar ik vind de scheidsrechter geen homo. Dat schreeuw ik nooit.

Ik ergert me alleen, heel erg, aan de mensen achter me die duidelijk niet zo veel verstand hebben van het spel.